Slow down. Een hoge informatiedichtheid is geen criterium voor een goeie tekst

Tekst moet fijn zijn om te lezen. Een tekst moet boeien, je lezer raken. Oprecht, levendig, met bevlogenheid, vrij van clichés, los van regeltjes, vol van authenticiteit. Maar hoe doe je dat? Hoe breek je los van de dertien-in-een-dozijn-teksten die lezers sneller vergeten dan het vorige schandaal rond Donald Trump?

Stap uit je tunnel, open je blik, bevrijd je geest. Laat bestaande opvattingen over wat een goeie tekst is even los. En dan met name de opvatting dat een goeie tekst een hoge informatiedichtheid moet hebben. Het is een opvatting die velen lijken te delen. Een opvatting waar ik lang geleden afscheid van heb genomen. To the point? Een hoge informatiedichtheid? Onzin!

Het is tijd om die opvatting in de prullenbak te smijten

In het drukke, gehaaste tijdperk waarin we leven, proberen we 48 uur in één dag te proppen en multitasken we ons een ongeluk - ook al wijst onderzoek na onderzoek uit dat ons brein niet kan multitasken. Snel switchen tussen het een en het ander kan wél. Dat doen we dan ook vaak en veel. Met het concentratievermogen van een schizofrene stuiterbal razen we inmiddels meer dan tien uur per dag door informatie op desktops, laptops, televisies en smartphones.

En probeer de aandacht maar eens te trekken van een gehaaste, schizofrene stuiterbal die nog honderd andere dingen wil doen in de komende drie minuten alleen al. Dat is lastig.  

Blinde paniek

In het kader van tekst, en zeker online tekst, is de conclusie die velen daaraan verbinden dat teksten een hoge informatiedichtheid moeten hebben. In blinde paniek vliegen zij die schrijven als een raket op de conclusie af, bang om de aandacht van hun lezers te verliezen. Een hoge informatiedichtheid, dat zal vast de manier zijn om hun aandacht vast te houden, denken zij.  

Denk je dat je daarmee indruk maakt op je lezer? Dat lezers weken na het lezen van jouw tekst nog eens denken ‘goh, dat maakte indruk, die tekst, dat is me nou écht bijgebleven’?

Ik denk het niet.

Big Mac

Slow. Down. Vermijd fastfood-teksten. Tuurlijk, bijna iedereen vindt het lekker - en lekker makkelijk - om een Big Mac naar binnen te stouwen. Maar niemand denkt weken later nog met liefde terug aan die Big Mac. Niemand neemt een hap van een Big Mac en denkt ‘welke god heeft dit bovennatuurlijk tongstrelende hapje voor mij bereid?’. Neen. Hap. Slik. Weg.

Zo is het ook met tekst. Lees. Slik. Weg. Tenzij je je lezer weet te raken. Tenzij jouw tekst iets losmaakt bij je lezer waardoor je tekst blijft hangen en je lezer onthoudt wie die tekst heeft geschreven. Dat bereik je met een tekst die een verhaal vertelt. Waarin je hart, je ziel en je creativiteit liggen. Niet met een hoge informatiedichtheid.

Lachen, huilen, sidderen

Ga maar na. Wanneer vind jij een tekst een fijne tekst? Welke artikelen kun jij je nog herinneren? Wat zijn de artikelen waar jij met liefde nog eens aan terug denkt? Welke teksten maakten jou aan het lachen, huilen, sidderen of openden jouw ogen voor iets wat je daarvoor nog nooit zo had bekeken? De verhalen met een hoge informatiedichtheid? De verhalen die lekker snel to the point kwamen?

Nee. 

Impactdichtheid

Daarom lap je die regel vanaf nu aan je laars. Wat nou hoge informatiedichtheid. Een hoge impactdichtheid. Dáár gaat het om. Weg met die fast stories. Slow down, leg je hart, je ziel en je creativiteit in de teksten die je schrijft. Schrijf slow stories.