zo gooi je jus over je tekst heen

Zoals een goede andijviestamppot jus nodig heeft om écht lekker te smaken, heeft een goede tekst jus nodig om écht lekker te lezen. Die jus, dat is wat het schrijven van een lekker leesbare tekst zo lastig maakt. Woorden achter elkaar zetten, dat kunnen velen. Maar een tekst laten lezen als een dampende stamppot op een ijskoude winterdag, dat vergt jus. Hoe maak je die jus? Wat is het recept voor letters om je scherm bij af te likken?

C'mon, feel the rhythm!

De uit Amsterdam afkomstige happy-hardcore-act Lipstick zong het al in de bekende hit ‘I’m a raver’. ‘C’mon, feel the rhythm!’. Daarmee doelde deze in de jaren ‘90 populaire act natuurlijk op het benodigde ritme in lekker leesbare teksten.

Dat ritme is bepalend voor hoe prettig een tekst ‘hardop’ leest in je hoofd. Een vast ritme, zonder afwisseling, klinkt eentonig en saai. Is niet in staat de aandacht van de lezer erbij te houden. Een goede tekst wisselt daarom lange zinnen af met korte zinnen. Lange zinnen mogen best heel lang zijn, zolang ze maar lekker lezen met behulp van leestekens, klemtonen op de juiste plekken en een opbouw die van begin tot eind logisch in elkaar zit. Korte zinnen mogen kort. Zo kort. Die afwisseling leest lekker en voorkomt dat zinnen hun urgentie verliezen.  

Zo wit als de neus van Jules Deelder

Ik heb het natuurlijk over beeldspraak, vergelijkingen en de metafoor. Een sterke vergelijking is niet cliché, maar ‘leuk gevonden’. ‘Zo wit als sneeuw’ is bijvoorbeeld niet zo leuk als ‘zo wit als de neus van Jules Deelder’.

Let er bij de metafoor op dat het plaatje van de metafoor past bij het beeld dat je wilt overbrengen. De tekst ‘een stevige maaltijd na vijf jaar hongerwinter’ zou bijvoorbeeld een metafoor kunnen zijn voor een vakantie waar je erg aan toe was. Maar als je die tekst gebruikt als metafoor voor een restaurantbezoek, dan loopt het beeld dat je schetst scheef met de context waarin je die gebruikt; het restaurantbezoek was misschien wel helemaal niet lekker, want vijf jaar hongerwinter maakt rauwe bonen zoet.

Over rauwe bonen gesproken. Spreekwoorden. Ik gebruik ze zelden, want spreekwoorden hebben bijna allemaal het probleem dat ze bij een groot deel van je lezers niet bekend zijn. Bovendien zijn ze al bedacht en worden ze veelvuldig gebruikt. Een zelfverzonnen vergelijking of metafoor, getuigt van meer originaliteit. Brand your text.

Smeuïgheden om op te leuken en te laten leven

Laat je klanken lekkerder klinken. Gebruik veel van dezelfde klanken in één zin, of gebruik er een paar en laat die klanken in één zin meerdere keren voorkomen: ‘smeuïgheden om op te leuken en te laten leven’. Waarom klinkt die zin zo lekker? Door de herhaling in klanken en de herhaling van de ‘l’ in ‘leuken’, ‘laten’ en ‘leven’. Een heel artikel op deze manier schrijven is lastig (of kost in ieder geval VEUL tijd), maar voor zinnen die je wilt laten opvallen of met extra jus wilt overgieten, is dit de moeite waard.

Een andere techniek om je tekst te laten dansen als een Beyoncé, is het gebruiken van een lekker metrum. Om je op een makkelijke manier uit te leggen wat dat is, hieronder de volgende tekst - een grafschrift van de 19e eeuwse dichter H.K. Poot.

hier ligt Poot

hij is dood

Het metrum van dit korte gedicht is:

klemtoon, geen klemtoon, klemtoon

klemtoon, geen klemtoon, klemtoon

Klemtonen kun je, net als muziek, in een bepaald ritme zetten. En net als bij muziek geldt ook voor tekst: hoe lekkerder het ritme, hoe lekkerder het danst. ‘C’mon, feel the rhythm! Move your body, don't ever stop!’.

Ook leuk om mee te spelen: aliteratie, ook wel bekend als stafrijm. Usual suspects: Gekke Gerrit en Pietje Precies, maar ook Lientje, en Lotje, die van Lientje leerde lopen langs de lange Lindenlaan, zijn voorbeelden van alliteratie. Herhaal ‘m maar, die eerste letter. Wat het precies is dat het zo lekker maakt weet niemand, maar het smaakt naar jus en jus smaakt lekker.

Vergeet Jip en Janneke

Je hoort het veel copywriters en storytellers zeggen: ‘gebruik zoveel mogelijk Jip-en-Janneke-taal. Onzin. Tenzij je voor kinderen schrijft, schrijf je voor volwassenen en die hebben nét iets meer lesjes Nederlands gevolgd dan die twee kids van onze geliefde Annie. Tuurlijk, taalniveau B1 waar het kan, zodat iedereen het begrijpt. Maar degradeer je tekst niet tot een peuterboekje. Durf mooi te schrijven, durf je te laten gaan. Kill your darlings, zeggen ze weleens. Ik zeg: schrijf er nóg maar een darling bij, ga voor die jus.  

Verrassing! Verrassing! Tadaaaaaa! Nog een verrassing!

Blijf je lezer verrassen. Vermijd clichés en smeer de jus… over clichés gesproken trouwens: ‘mensen hebben tegenwoordig een extreem korte aandachtsspanne’ is er ook zo een. Stierenpoep. Als jij genoeg jus over je tekst giet - en je inhoudelijk genoeg te vertellen hebt natuurlijk - bijt je lezer zich graag vast in jouw tekst, van begin tot eind.

Goed. Terug naar die verrassingen.

  • Treed niet in herhaling

  • NIET in herhaling treden dus

  • Echt, één keer op één manier iets uitleggen is genoeg, als je dat goed doet. Bij elke volgende poging om hetzelfde op een andere manier uit te leggen haakt je lezer af

  • Kies originele, verrassende manieren om iets duidelijk te maken

  • Bedenk dat ook de andijvie zelf naar jus moet smaken: denk goed na over de inhoud. Bedenk wat je lezer verwacht en doe eens wat anders, of overtref die verwachtingen. Schrijf je een artikel ‘3 tips om energie te besparen’? Begin dan niet met iets als ‘zet de verwarming een graadje lager’.

  • Writing on the edge. Daar ga ik je meer over vertellen

Writing on the edge

Je mag best een beetje brutaal zijn. Durf te prikkelen, breek de regels.

Hop.

Eén woord tussen twee witregels. Valt lekker op.

Van mijn part zet je een woord ineens helemaal rechts.

Kijk maar.

Dat valt op.

Dat valt op. Dat zei ik al, maar ik dacht ik zeg het twee keer, dan valt het misschien dubbel op. Ja, ik weet het, ik zei dat je niet in herhaling moet treden, maar ik heb lak aan mezelf.

En als je lezer inmiddels weet wat je bedoelt...precies - you get it - kun je ook ineens kappen met die zin. Doe iets onverwachts.

Begin ineens hier.

Links is ook prima.

Spreektaal, dat helpt ook. Doe alsof je met je lezer geknikkerd hebt. Of je dat graag eens zou willen doen, een potje knikkeren. Doe in ieder geval niet alsof je onder een systeemplafond zit te werken met een broodtrommeltje voor je en een hijgende notaris in je nek. Veeg dat stof van je tekst. Smeer die jus erin.

Maak je tekst dus leuk om te lezen, écht leuk, LEUK, met hoofdletters, ZO DUS, leuk dus, maar dan leuker dan je nu in gedachten hebt. Nee, verdubbel de hoeveelheid leuk die je nu in je hoofd hebt. Ja, precies. Zó leuk.

Voel je ‘m? Voel je vrij. Veel mensen zijn geneigd het stramien te volgen, de manier waarop het hoort. Zoals iedereen het doet of zoals je het eerder al voorbij hebt zien komen. Zoom in. Welke details zie je? En kunnen die anders? Hoe zou je het tegen je knikkervriendje zeggen? Wat zou iemand moeten zeggen om jou het leuk te laten vinden?

Een bevredigend einde

Je laatste woorden moeten de lekkerste woorden van je hele tekst zijn. Denk nog maar eens aan die stamppot andijvie. Wat doen mensen daarmee? Precies, ze bewaren één stukje rookworst om daarmee de laatste restjes vette jus en smeuïge aardappelpuree op te vegen. Het lekkerste voor het laatst. Bekogel je lezer in je laatste zin dus met een paar laatste spetterende spetters jus.